On the road

Op de morgen van twee januari vertrok ik iets na zeven richting Straatsburg. Gedurende mijn ongeveer 400 kilometer lange tocht  zou ik de steden Luik, Trier en Saarbrücken passeren. Zo heeft u een idee van mijn route. Er was erg weinig verkeer op de baan, hele stukken zag ik geen enkel ander leven, wat ik erg aangenaam vond. Hoewel de pechstrook en het land rond de autostrade besneeuwd waren, lag de weg er proper bij, het enige wat er was, waren vlekjes op de vooruit door opspattend zoutwater. Zolang het donker was en dit was vrij lang het geval, aangezien de zon zich tot iets na Trier met nog een goede 180 kilometer voor de boeg achter een dik wolkenpak verschool, merkte ik het niet eens. Maar als de lage winterzon op de voorruit schijnt, dan verstrooien de zoutvlekjes het zonlicht en dit is hinderlijk want het belemmert zicht. Goed, ik drukte op de knop om mijn ruiten schoon te maken maar blijkbaar was het waterreservoir leeg en mijn ruitenwissers smeerden de smurrie over mijn voorruit. Met de zon daarop zag ik bijna niets meer en dit aan 130 km per uur. Eventjes schrikken. Aangezien ik het niet echt opportuun vond te stoppen op een besneeuwde pechstrook, heb ik een kilometer of tien verder gesukkeld tot de eerste parking. Daar met een handdoek mijn voorruit spatvrij gemaakt en hopen dat ik de autostrade niet opkom achter een vrachtwagen zodat mijn werk naar de haaien is. Vanaf dan was het elke dertig kilometer even aan de kant om de voorruit proper te maken.

Ik heb geen GPS maar wel een kaart en ik had een vrij goed idee hoe ik moest rijden. Ik wist dat ik naar Saarbrücken moest, daar de Duits-Franse grens over en dan richting Straatsburg. Stoutmoedig vermoedde ik dat er aanwijzingen naar een grote stad als Straatsburg zouden zijn. Saarbrücken is een voorbeeld van een fijn staaltje stadsplanning want het heeft geen ring maar wel een aantal autostrades die doodlopen in haar centrum. Zo ook mijn autostrade: wie zich de omweg van 40 km bespaart, dient doodleuk vijf kilometer door een zone vijftig te rijden met geen enkele richtingsaanwijzing. Ik was vrij verblind door de zon in mijn ogen. Er waren geen lijnen op de grond en hier en daar een schuin kruispunt; ik deed het enige wat ik kon doen: kijken waar de auto voor mij reed. Eenmaal terug op een autostrade besloot ik bij gebrek aan richting Straatburg de enige Franse aanduiding, namelijk Metz, te volgen. Ik wist dat de grens niet ver was en eenmaal in Frankrijk zou ik me wel heroriënteren. Ik reed dus op een autostrade maar plots zie ik een bord met snelheidsbeperking 40. Aangezien ik bijna alleen op de weg was, er niets met de baan scheelde en het nog steeds drie vakken waren, besloot ik langzaam te vertragen naar 80 km per uur of iets in die buurt. En dan zag ik het: grenscontrole! Lang leve het verenigde Europa. Hoe toepasselijk: mijn eerste contact in het Frans in Frankrijk was met een agent. Ik deed men raampje naar beneden en begroette de man vriendelijk met ‘Bonjour’ , hij begon een uitleg waar ik niet te veel van begreep maar ik vatte dat het ging over de snelheid waarmee ik de grens naderde. Ik: ‘Pardon’ en dat mijn kennis van de Franse taal niet zo denderend is. Gelukkig schakelde de man over in vlot Engels en hij vroeg me vanwaar ik kwam, waar ik naar toe ging en waarom. Nadat ik antwoordde kon ik weer vertrekken; ik denk niet dat ik tijdens de trip ergens sneller gereden heb als mijn hartslag tijdens dat gesprek.

Op Franse bodem vond ik richtingaanwijzingen naar Straatsburg. In de wirwar van het klaverblad dat de richtingen Metz en Straatsburg scheidt, maakte ik een fout: oeps. Ik betaalde deze vergissing met tweemaal 40 cent péage om de autostrade af en weer op te rijden. Na een tijdje kwam ik bij een grote péage post maar het automaat zag er anders uit dan bij mijn twee vorige ontmoetingen. Ik zag niet meteen waar ik geld moest in steken en hoeveel: tiens, ik dacht is deze misschien voor mensen met een speciale kaart. Maar na twintig seconden verbijstering viel mijn euro: ik zag een ticketje uit het automaat steken: joink en ja hoor: de barrière die mijn weg versperde verdween in de lucht. Na een kilometer of zestig kwam ik bij de betaalpost: €7,90 was mijn schuld.

Toen ik Straatsburg binnenreed was ik moe en hongerig en wist ik niet meteen waar naar toe. Na even mijn opties te hebben overwogen besloot ik de auto te parkeren in de ondergrondse parking van het station en te voet mijn kot te zoeken. Dit ging verrassend vlot: ik vond mijn kot in een groot halfuur en ondertussen kreeg ik een eerste indruk van Straatsburg. De binnenstad is echt wel prachtig en bruisend: er was heel veel volk op de been.

Ik vond het gebouw van mijn kot en drukte op de bel: geen reactie. Ik drukte nogmaals op de bel: niets; het angstzweet brak bij me uit. Ik kon tussen 10 en 14uur de sleutel ophalen en het was tegen 13uur. Met de moed der wanhoop drukte ik op de bel, dit maal iets langer en de goden waren me gunstig gezind want er werd open gedaan. Oef, wat een opluchting! Ik kreeg een sleutel, een rondleiding en wat uitleg en men zei me dat de bijbehorende administratie voor maandag was: geen probleem voor mij.

Mijn kot ziet er leuk uit, al is het niet groot: ik heb een bureau, een bed en daartussen zou je bijvoorbeeld een matras kunnen leggen maar ik heb wel een eigen toilet en douche, in een badkamer van één vierkante meter. Klein maar gezellig en ik denk dat ik hier probleemloos zes maanden kan wonen. Ik zit op de vijfde verdieping maar dit geeft me geen uitzicht want alle gebouwen in men straat zijn minstens even hoog en ik heb een balkon, wat in de lente misschien nog fijn kan worden met een boek of zo.

Mijn eerste avond in Straatsburg was kort want ik was om half acht in mijn nieuwe bed gekropen aangezien ik totaal uitgeput was en aldus weet ik nog niet hoe deze stad zich ‘s nachts gedraagt.

Genoeg voor vandaag, tot de volgende!

Yours truly,

Robin

Intro

Geachte lezertjes,

ik ben Robin, laatstejaars student toegepaste informatica aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Als slot van mijn opleiding dien ik een stage tot een goed einde te brengen. Ik heb gekozen voor een stage van zes maanden in plaats van de gebruikelijke vier en deze uit te voeren in Straatsburg. Deze Franse stad ligt aan de Frans-Duitse grens, die hier wordt gevisualiseerd door de Rijn en met een goede vijf uur rijden van Brussel niet aan de andere kant van de wereld. Met circa 270 000 inwoners is Straatsburg de zevende stad van Frankrijk. Voor meer informatie verwijs ik u naar http://en.wikipedia.org/wiki/Straatsburg of http://nl.wiki… of http://fr.wiki… afhankelijk van de geprefereerde taal. Ik hoop op een hoop interessante ervaringen en dat ik mijn kennis van het Frans en het Engels kan bij spijkeren.

Ik zal stage lopen bij Haldex Europe, een onderdeel van Haldex wat een Zweedse beursgenoteerde multinational is, gespecialiseerd in oplossingen voor de auto-industrie. Ik weet nog niet wat mijn functie precies zal inhouden maar dat zal morgen(4/1/2010) hopelijk duidelijk worden.

Het is mijn intentie om mijn dolle en minder dolle avonturen bij te houden op deze blog.

Feel free to comment, but keep it clean.

Yours truly,

Robin