Crossing the border

De week begon goed: maandagmorgen was ik vrij vroeg aan de bushalte, ik wachtte er samen met een kleine vijftien mensen. De bus stond er maar de buschauffeur was nergens te bekennen, hoewel er al een vrouw in zat. Na vijf minuten daar te staan, in de sneeuw en de vrieskou, verzet die vrouw zich naar de chauffeurstoel en opent de deuren. Kunt ge godverdomme nog meer een schaap zijn: ons daar een beetje laten verkleumen. Vertrekt dat schepsel nog een minuut te vroeg ook. Ik wenste hartsgrondig dat haar ruitenwisser-sproeisel op zou blijken te zijn; driewerf helaas, ze rijdt nog steeds met een propere voorruit!

Dinsdag 12 januari beloofde om een speciale dag te worden. Ik was uitgenodigd om een vergadering van de voltallige IT staf van Haldex Centraal Europa (CE) bij te wonen, waar de visie voor de volgende jaren zou worden uiteengezet door de IT manager voor CE. De vergadering zou plaats grijpen te Heidelberg, een charmant Duits stadje met een beroemde universiteit en een grote Haldex vestiging, gelegen op een goede 140 kilometer van Straatsburg. Mijn collega David heeft geen auto en stelde voor om te carpoolen, waar ik geen problemen mee had. Maar ik had hem verkeerd begrepen: in plaats van te carpoolen met mijn voertuig, wou hij carpoolen met een bedrijfswagen. Is dat dan mogelijk? Geven ze dat aan mij? Ja hoor, geen probleem, gewoon mailen of de auto beschikbaar is en een handtekening zetten. En zo geschiedde: maandagavond kreeg ik de sleutel en een mapje met de inschrijvingskaart, verzekeringsgegevens én een bankkaart voor een Ford C Max. Die avond toen mijn shift erop zat was het reeds pikdonker en sneeuwde het. Eerst alle sneeuw van de ruiten verwijderd, dan me op mijn gemak aan het stuur gezet en vervolgens gekeken waar alle knopjes en dergelijk staan en wat ze betekenen. Die bak reed vrij lekker, heel comfortabel, enkel is zijn eerste versnelling wat gevoelig. Het is moeilijk om hem aan te voelen en zonder veel lawaai te vertrekken. De idee was om hem te parkeren aan het appartementsgebouw van David omdat daar privé parkeerplaatsen zijn. In de tweede week van mijn stage, in een land waar ik de taal niet totaal beheers met een auto rijden die ik niet gewoon ben en die breder is als de mijne: ik was niet erg op mijn gemak, vooral op de kleinere straatjes en bij het manoeuvreren op de autostrade. Bij het oprijden van de autosnelweg was het wat sneeuwen uitgegroeid tot een ware sneeuwstorm: gezellig! Mijn vrees was ongegrond want ik heb de wagen veilig bij David geleverd en er had maar één auto me trachten aan te rijden. De wandeltocht naar het Amitel duurde een kleine twintig minuten en gedurende leerde ik de universiteitsbuurt van Straatsburg kennen. Al had ik vooral aandacht voor hoe ik aan het wandelen was want ik zou immers de volgende dag in de vroege uurtjes de omgekeerde trip moeten maken. We werden in Heidelberg verwacht tussen acht en half negen, dit betekende vertrekken bij David rond half zeven, wat impliceert: uit mijn bed, tien voor zes.

Aangezien David deze expeditie al eens ondernomen had, was hij dinsdag de chauffeur. Het was glad noch druk op de weg, aldus verliep de reis spoedig. Enige hindernis was de eeuwige spatjes op de vooruit van het opspetterend zoutwater. David tikt de schoonmaak knop aan en blijkbaar is het ruitenwisser-sproeisel op. Hij: merde, I can’t see a thing; ik: that’s why I let you drive. Gelukkig was de zon nog niet op. Ondanks de ontbering van een gps hebben we Haldex Heidelberg vrij makkelijk gevonden. De vergadering duurde van negen tot twee en was erg boeiend met als hoogtepunt een gratis lunch. Waar ik wel vrij verrast van was, was dat de voltallige IT staf voor CE bestaat uit zeven mensen, mezelf inbegrepen. Als alle veranderingen en verbeteringen voltooid zullen worden op het gehoopte schema dan liggen er drukke dagen in het verschiet. Tijdens de discussie rondes, feedback en dergelijke had ik weinig in te brengen: ik ben anderhalve week bij het bedrijf, blijf zes maanden en vond alle voorstellen vrij onderbouw. Na de bijeenkomst hebben David en ik nog een collega uit Hoff, wat aan de Tsjechische grens ligt, naar het station gebracht, waardoor we wat uit de richting waren en het even duurde voordat we onze autostrade naar Straatsburg terugvonden.

Ik twijfelde om dinsdag de auto nog naar het bedrijf te brengen: het was namelijk nog maar half vijf toen we in Straatsburg aankwamen. Hoewel het mooi weer was, dacht ik dacht laat maar zitten: als ik het morgen doe, is dat veel tijdefficiënter. David telefoneerde naar het bedrijf om na te vragen of de auto woensdagmorgen niet beschikbaar diende te zijn maar het was in orde.

Woensdagmorgen had ik toch een dubbelgevoel bij mijn keuze: het sneeuwde hevig en de auto stond geparkeerd  met zowel voor als achter hem een andere wagen op korte afstand. De wagen, wiens afmetingen ik niet gewoon ben en wiens eerste versnelling niet ongemeen subtiel is, eruit wurmen bleek een uitdaging: verschillende keren voor achter,  af en toe stilvallen en non-stop veel rook & lawaai. Maar na een minuutje was hij toch bevrijd en hij staat nu heelhuids geparkeerd op de bedrijfsparking! En over dat kleine akkefietje met de deur en de stoep toen ik mijn rugzak op de voorzetel zette zwijgen we.

Je vous prie d’agréer, Monsieur, Madame, l’expression de mes salutations distinguées.

Robin

La première semaine

Donderdagmorgen zat ik met een slaapkop aan de ontbijttafel om kwart voor zes. Ik had nog veel te doen voor de werkdag begon. Eerst en vooral mijn auto vijftig meter verzetten zodat hij in de wijk stond en mijn macaron bruikbaar werd. Dan naar het station voor een treinabonnement, wat heel vlot liep: papier afgegeven, drieënvijftig euro betaald en ik kreeg mijn treinkaart. Deze ziet er leuker uit als in België: bankkaart formaat met mijn naam en foto op. Geen gesukkel met moederkaarten waar ge een ticket moet insteken en dat nauwelijks in de portefeuille past. Met deze kaart die ik maandelijks aan een automaat kan herladen, kan ik naar mijn werk zowel via trein als via bus: als het maar eigendom is van de SNCF (Société Nationale des Chemins de fer français) is. Ik ga proberen of mijn bedrijf niet tussenkomt in mijn abonnement kosten maar ik hoop er niet op. Vervolgens op naar een bank voor het openen van een zichtrekening, die gaan open om 8:30 dus men timing was krap maar het zat snor. Ik kom daar binnen : Bonjour, je voudrai ouvrir un compte. Goed: we zullen u een afspraak maken voor volgende week. !? Qu’est-ce que vous dites? Een afspraak voor volgende week voor het openen van een rekening, wat, moet ge mij eerst screenen bij de veiligheidsdiensten ofzo? Er is blijkbaar maar ene mens in het kantoor die de bevoegdheid heeft om een rekening te openen en die werkt tussen 9 en 5, toevallig: ik ook! Eigenlijk tussen 10 en 6, maar de ‘ik ook’ vind ik dramatischer. Ik maak duidelijk dat het niet zal lukken en ik word verwezen naar een ander kantoor dat op zaterdag open is. Ah, ik heb twee van mijn drie ochtend taken vervuld dus mag ik niet mokken. Ik neem de bus van 9u25 en ik heb me die donderdag nog fameus mogen reppen om hem te halen. Ik zit in de bus op de autostrade en de voorruit is vrij smerig van het opspattend zoutwater. De buschauffeur tracht zijn voorruit schoon te maken maar de ruitenwissers verspreiden enkel de smurrie. Aha: iemand zijn ruitenwisser-sproeisel is op! Ik zal de werkdag starten met een grote glimlach. Wie de pointe niet heeft, is iemand die geen trouwe lezer is en die dringend de blogpost “On the road” dient te lezen en te memoriseren!

Na een busrit van vijfentwintig minuten, wandel ik gedurende een grote tien minuten samen met mijn collega David naar het werk. Huiswaarts is nog simpeler: collega Istvan zet David en mij af in Straatsburg, een kleine twintig minuten wandelen van mijn kot.

Hoewel het werk vrij vlot verliep op donderdag en vrijdag was ik desalniettemin erg blij toen het weekend aanbrak. Ik vond het immers een erg vermoeiende week. Het deed deugd dat ik eens kon uitslapen: vijf voor negen opgestaan en dat enkel maar omdat ik in de veronderstelling was dat het ontbijt sloot om negen. Een spijtige dwaling: op zaterdag kun je ontbijten tot half tien, ik had dus nog een half uur kunnen maffen. Ik was zelfs aan het overwegen om het ontbijt over te slaan, doch achteraf gezien maar goed dat ik opstond want het is eerder onverwacht een erg sociale dag geworden. Aan de ontbijttafel mensen teruggezien van het driekoningenfeest en ik ben aan tafel blijven plakken terwijl er mensen doorgingen en bijkwamen tot het me doordrong dat ik toch eens een bezoek moest brengen aan een bank voordat deze sloot. Bleek dat ik niet de enige was die naar de bank moest en toen we goed en wel waren weergekeerd was het tijd voor de lunch. Bij de bank een afspraak gemaakt voor zaterdag 23 januari om 10uur. Dus met wat geluk heb ik over veertien dagen een Franse zichtrekening en kan ik naar de volgende fase van La Quête des CAF , wat geld schooien van de Franse staat inhoud.

Het was fijn om eens te lunchen, op mijn stage kun je ook wel lunchen, gewoon uit een lijst een bestelling geven bij de receptie en ‘s middags kun je smullen maar ik heb besloten de middagmaaltijd van het menu te schrappen en met het uitgespaarde geld een weekend Parijs te bezoeken. Een gebeurtenis die waarschijnlijk half maart zal plaatsgrijpen. Als ik vroeg genoeg boek dan kan ik met de TGV vanuit Straatsburg in twee uur in Parijs staan voor 31 euro. Als ik doorzet met dit plan en effectief boek dan zal ik de data bekend maken, moesten er mensen zijn die me toevallig tegen het lijf willen lopen in het Louvre.

Je vous prie d’agréer, Monsieur, Madame, l’expression de mes salutations distinguées.

Robin

La Quête du macaron

Aangezien ik per auto naar Straatsburg ben gekomen, dien ik deze ook ergens te zetten en aldus regelmatig geld in een machine rammen, wat natuurlijk geen duurzame oplossing is. Bij mijn aankomst had ik reeds geïnformeerd naar gratis parkings in de buurt. Ergens tamelijk ver weg was het antwoord maar men vertelde me over het bestaan van een bewonerskaart die af te halen was in het hôtel de ville in ruil voor tien euro en een attest van domicilie. Mijn ogen fonkelden al en aldus begon mijn eerste queeste. Want zonder een goedkope en langdurige wijze om mijn auto te parkeren kan ik niet met de trein naar het werk. Maandagavond heb ik de administratie met Amitel voor een groot stuk geregeld en zo twee attesten ven domicilie bekomen. Dinsdagmorgen  de locatie en de openingsuren van het hôtel de ville opgezocht en rond negen uur wandelde ik het enorme gebouw binnen. Ik naar de receptie: bonjour, men verhaal ruwweg gedaan en gepolst of Engels een optie was, oei. Hier gaan we: une carte pour le parking, neen geen stadsplan, pour le parking, euh, le stationnement, neen geen parkeerschijf, j’habite en Strasbourg pour six moins et je voudrai une carte pour le stationnement pour un mois. Derde verdiep, lokaal 354, merci beaucoup et au revoir.

Zes liften, tien verdiepingen: ik stap in op nul en druk op drie. 1, 2, -1,0,3,4, uitgestapt, merde. Mijn koninkrijk voor een trap! Ik doe een deur open naast de trappen die er toegang-tot-een-trappenhal-achtig uitziet. Mis: een berging en wat een wanorde! Snel toe gedaan en met de lift naar het derde. Bureau 354 relatief makkelijk gevonden, kloppen en binnen. Mijn uitleg opnieuw gedaan maar intussen ben ik natuurlijk geoefend. Of ik een kopie van mijn inschrijvingsbewijs van de auto bij heb? Nog vragen of er ook andere documenten benodigd zijn en einde oefening. In de avond kan ik in het Amitel wel een kopie bekomen.  Zo geschiedde en op het werk iets belangrijks bijgeleerd, mijn graal heet un macaron. Gedaan met vage omschrijvingen! Ik weet dat l’hôtel de ville opent om acht dus tien na acht ik voor bureau 354 en merk ik dat dit bureau pas opent om half negen. Gelukkig staat er een stoel bij de deur. Formulier ingevuld en door verwezen naar het bureau “Recette des Finances” op het gelijksvloer voor de betaling.  Onmiddelijk zes maanden, zestig euro, geen geloop meer. Met de kaart betalen is clean and simple maar hij pakt niet. Ik zie de vrouw achter het loket zenuwachtig klikken en er komt iemand anders bij, ik bied een andere aan: zelfde resultaat. Geen probleem want ik heb nog wat geld op zak en met het krijgen van een groen kaartje voltooi ik de quête du macaron al ben toch niet echt gelukkig dat blijkbaar mijn bankkaarten niet werken in Straatsburg.  Aan een benzinestation zou dat veel minder zijn. De lichte paniek krijgt geen houvast want uit de muur halen werkt. OK!

Omdat ik ‘s ochtends geen tijd meer had om een treinabonnement te regelen ben ik vandaag, hopelijk, voor de laatste keer met de auto naar het werk gependeld. Na de werkdag arriveer ik rond half zeven in Straatsburg, miljaar, nergens een parkingplek, eerste keer dat het zo druk is. Ik rij wat rond en rond en rond, in de wijk want de macaron is gelimiteerd tot het quartier. En ik kom aan verkeerslichten, een T-kruispunt,  maar bizar genoeg zijn er aan mijn kant geen lichten: wtf? Zowel voor mij als naast mij staan de wagens stil dus ik neem aan, zonder veel appetijt, dat ze rood hebben en dat ik dus niet mag twijfelen om van dit moment te profiteren om mezelf uit deze bevreemdende situatie te helpen. Vind een parkeer plekje, twintig meter buiten mijn quartier: denk dat de scriptschrijvers een eureka moment hadden toen ze dit uit hun duim zogen. Morgenvroeg hopen op een plekje en de auto verzetten.

Na het avondeten terug de hort op: te voet naar het station achter mijn abonnement: krijg een in te vullen papier mee om tussen 6u30 & 18u in te leveren in een bureau bij voie 1. Deze queeste begint, vermoed ik, ook te vorderen. Ik besluit dat rare kruispunt eens een bezoek te brengen al heb ik al een vermoeden wat er is misgegaan. Oh boy! Straatsburg heeft namelijk vele eenrichtingsstraten en de rest laat ik aan uw wilde verbeelding over, mijn beste lezertjes. (word wsl max 25jaar)

Bij thuiskomst staat er 20 man in de hal met hun vest aan. !? Gaan allen naar gebouw wat verder voor een klein feestje voor Driekoningen met de traditionele taart en cider georganiseerd door het Amitel. Gezellig! Goed dat ik op dat moment binnenkwam, moet ergens uitgehangen hebben maar niet op gelet.

Je vous prie d’agréer, Monsieur, Madame, l’expression de mes salutations distinguées.

Robin

ps: foto’s worden een probleem want heb geen fototoestel, zal zien wat ik kan doen met mijn gsm.

pps: ne soyez pas timide pour commenter 😉

Chaos Delivery

Deze ochtend voor de eerste keer ontbeten in Amitel. Ik heb recht op een kommetje cornflakes, een potje natuur yoghurt, potje compot, en een potje honing of potje confituur voor op het brood te smeren. Gelukkig viel het mee want het is van dattum voor de volgende zes maanden.

Eerste keer ontbijt was maar voorgerecht want de hoofdschotel van vandaag was de eerste stage dag. En die begon fabelachtig. Ik had het adres van Haldex opgezocht via Google Maps. Gewoon Haldex Europe in de zoekbalk geven gaf me al resultaat: 30 rue du Ried, 67720 Weyersheim, France en dit adres komt overeen met wat er op de Haldex website te vinden is. OK, ziet er niet zo moeilijk bereikbaar uit: goede twintig kilometer van mijn verblijfplaats. Ik schrijf de nummers van de te volgen autostrades & nationale banen op en maak een schets van het laatste stuk in de gemeente. Vol goede moed vertrek ik, de goden zijn me gunstig gezind: zowel weer als verkeer rustig. Spoedig ben ik bij mijn bestemming en rij ik door de rue du Ried. Tiens, rare locatie voor een bedrijf zo een residentiële wijk. Hoe groot zou Haldex zijn? Zou dat enkel een administratieve blok zijn, ik dacht nochtans dat er ook een magazijn bij was. Miljaar, ben juist nummer dertig gepasseerd en das een gewoon huis. Auto iets verder geparkeerd en te voet terug. Ja, dit is een gewoon huis, hier is het niet. Daar sta ik dan, iets voor negen uur, mooi op tijd, totaal los van de wereld.

Gedesillusioneerd begeef ik me huiswaarts waar ik me parkeer en een euro in het automaat werp. Terug naar de tekentafel, of in dit geval Google Maps. Na even zoeken valt mijn oog op een andere, niet met eerste verbonden, rue du Ried. Ocharme twee kilometer verder als de eerste. Mail gestuurd naar de baas waarin ik de Google Maps miserie uitleg en die ik besluit met “I will make a second attempt to find you. Hopefully we meet each other soon.” Wat ik toch iets meer professioneel klinken vind  als mijn eerste gedacht: “It seems I am unable to locate the company. Please help!”

Ik spring in mijn auto en rij naar de andere rue du Ried, wat een industriepark  is. Oef, het komt nog allemaal goed. Ik passeer een kruispunt met aan elke zijde een hele hoop pijlen naar bedrijven. Ik parkeer me en besluit op mijn gemak eens te kijken. Linker rue du Ried geen Haldex. Rechter rue du Ried geen Haldex. Nondedomme drukt niet echt uit wat er toen door me ging. Ik besluit te wandelen naar de ingang van het industrie park waar ik bij het binnenrijden een groot infopaneel had opgemerkt. Halleluja: Haldex  bestaat! Ik dacht even dat de boel was opgedoekt en deze blog vroegtijdig zou eindigen.

Twintig na tien kon mijn eerste stage dag beginnen. En ik moet zeggen dat ik hem vrij aangenaam vond. Al vrij veel Frans en Engels gesproken en gehoord dus mijn talen zullen er zeker wel bij varen. Op mijn eerste dag heb ik vooral gekeken en genoteerd, dus hoe het werk is zal ik de komende weken wel ervaren. Maar ik kijk uit naar morgen.

De werkdag eindigde om zes en ik heb mij deze avond vooral bezig gehouden met administratie. De paar dagen Straatsburg zijn al vermoeiend geweest maar wat een avontuur!

Je vous prie d’agréer, Monsieur, Madame, l’expression de mes salutations distinguées.

Robin

On the road

Op de morgen van twee januari vertrok ik iets na zeven richting Straatsburg. Gedurende mijn ongeveer 400 kilometer lange tocht  zou ik de steden Luik, Trier en Saarbrücken passeren. Zo heeft u een idee van mijn route. Er was erg weinig verkeer op de baan, hele stukken zag ik geen enkel ander leven, wat ik erg aangenaam vond. Hoewel de pechstrook en het land rond de autostrade besneeuwd waren, lag de weg er proper bij, het enige wat er was, waren vlekjes op de vooruit door opspattend zoutwater. Zolang het donker was en dit was vrij lang het geval, aangezien de zon zich tot iets na Trier met nog een goede 180 kilometer voor de boeg achter een dik wolkenpak verschool, merkte ik het niet eens. Maar als de lage winterzon op de voorruit schijnt, dan verstrooien de zoutvlekjes het zonlicht en dit is hinderlijk want het belemmert zicht. Goed, ik drukte op de knop om mijn ruiten schoon te maken maar blijkbaar was het waterreservoir leeg en mijn ruitenwissers smeerden de smurrie over mijn voorruit. Met de zon daarop zag ik bijna niets meer en dit aan 130 km per uur. Eventjes schrikken. Aangezien ik het niet echt opportuun vond te stoppen op een besneeuwde pechstrook, heb ik een kilometer of tien verder gesukkeld tot de eerste parking. Daar met een handdoek mijn voorruit spatvrij gemaakt en hopen dat ik de autostrade niet opkom achter een vrachtwagen zodat mijn werk naar de haaien is. Vanaf dan was het elke dertig kilometer even aan de kant om de voorruit proper te maken.

Ik heb geen GPS maar wel een kaart en ik had een vrij goed idee hoe ik moest rijden. Ik wist dat ik naar Saarbrücken moest, daar de Duits-Franse grens over en dan richting Straatsburg. Stoutmoedig vermoedde ik dat er aanwijzingen naar een grote stad als Straatsburg zouden zijn. Saarbrücken is een voorbeeld van een fijn staaltje stadsplanning want het heeft geen ring maar wel een aantal autostrades die doodlopen in haar centrum. Zo ook mijn autostrade: wie zich de omweg van 40 km bespaart, dient doodleuk vijf kilometer door een zone vijftig te rijden met geen enkele richtingsaanwijzing. Ik was vrij verblind door de zon in mijn ogen. Er waren geen lijnen op de grond en hier en daar een schuin kruispunt; ik deed het enige wat ik kon doen: kijken waar de auto voor mij reed. Eenmaal terug op een autostrade besloot ik bij gebrek aan richting Straatburg de enige Franse aanduiding, namelijk Metz, te volgen. Ik wist dat de grens niet ver was en eenmaal in Frankrijk zou ik me wel heroriënteren. Ik reed dus op een autostrade maar plots zie ik een bord met snelheidsbeperking 40. Aangezien ik bijna alleen op de weg was, er niets met de baan scheelde en het nog steeds drie vakken waren, besloot ik langzaam te vertragen naar 80 km per uur of iets in die buurt. En dan zag ik het: grenscontrole! Lang leve het verenigde Europa. Hoe toepasselijk: mijn eerste contact in het Frans in Frankrijk was met een agent. Ik deed men raampje naar beneden en begroette de man vriendelijk met ‘Bonjour’ , hij begon een uitleg waar ik niet te veel van begreep maar ik vatte dat het ging over de snelheid waarmee ik de grens naderde. Ik: ‘Pardon’ en dat mijn kennis van de Franse taal niet zo denderend is. Gelukkig schakelde de man over in vlot Engels en hij vroeg me vanwaar ik kwam, waar ik naar toe ging en waarom. Nadat ik antwoordde kon ik weer vertrekken; ik denk niet dat ik tijdens de trip ergens sneller gereden heb als mijn hartslag tijdens dat gesprek.

Op Franse bodem vond ik richtingaanwijzingen naar Straatsburg. In de wirwar van het klaverblad dat de richtingen Metz en Straatsburg scheidt, maakte ik een fout: oeps. Ik betaalde deze vergissing met tweemaal 40 cent péage om de autostrade af en weer op te rijden. Na een tijdje kwam ik bij een grote péage post maar het automaat zag er anders uit dan bij mijn twee vorige ontmoetingen. Ik zag niet meteen waar ik geld moest in steken en hoeveel: tiens, ik dacht is deze misschien voor mensen met een speciale kaart. Maar na twintig seconden verbijstering viel mijn euro: ik zag een ticketje uit het automaat steken: joink en ja hoor: de barrière die mijn weg versperde verdween in de lucht. Na een kilometer of zestig kwam ik bij de betaalpost: €7,90 was mijn schuld.

Toen ik Straatsburg binnenreed was ik moe en hongerig en wist ik niet meteen waar naar toe. Na even mijn opties te hebben overwogen besloot ik de auto te parkeren in de ondergrondse parking van het station en te voet mijn kot te zoeken. Dit ging verrassend vlot: ik vond mijn kot in een groot halfuur en ondertussen kreeg ik een eerste indruk van Straatsburg. De binnenstad is echt wel prachtig en bruisend: er was heel veel volk op de been.

Ik vond het gebouw van mijn kot en drukte op de bel: geen reactie. Ik drukte nogmaals op de bel: niets; het angstzweet brak bij me uit. Ik kon tussen 10 en 14uur de sleutel ophalen en het was tegen 13uur. Met de moed der wanhoop drukte ik op de bel, dit maal iets langer en de goden waren me gunstig gezind want er werd open gedaan. Oef, wat een opluchting! Ik kreeg een sleutel, een rondleiding en wat uitleg en men zei me dat de bijbehorende administratie voor maandag was: geen probleem voor mij.

Mijn kot ziet er leuk uit, al is het niet groot: ik heb een bureau, een bed en daartussen zou je bijvoorbeeld een matras kunnen leggen maar ik heb wel een eigen toilet en douche, in een badkamer van één vierkante meter. Klein maar gezellig en ik denk dat ik hier probleemloos zes maanden kan wonen. Ik zit op de vijfde verdieping maar dit geeft me geen uitzicht want alle gebouwen in men straat zijn minstens even hoog en ik heb een balkon, wat in de lente misschien nog fijn kan worden met een boek of zo.

Mijn eerste avond in Straatsburg was kort want ik was om half acht in mijn nieuwe bed gekropen aangezien ik totaal uitgeput was en aldus weet ik nog niet hoe deze stad zich ‘s nachts gedraagt.

Genoeg voor vandaag, tot de volgende!

Yours truly,

Robin

Intro

Geachte lezertjes,

ik ben Robin, laatstejaars student toegepaste informatica aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Als slot van mijn opleiding dien ik een stage tot een goed einde te brengen. Ik heb gekozen voor een stage van zes maanden in plaats van de gebruikelijke vier en deze uit te voeren in Straatsburg. Deze Franse stad ligt aan de Frans-Duitse grens, die hier wordt gevisualiseerd door de Rijn en met een goede vijf uur rijden van Brussel niet aan de andere kant van de wereld. Met circa 270 000 inwoners is Straatsburg de zevende stad van Frankrijk. Voor meer informatie verwijs ik u naar http://en.wikipedia.org/wiki/Straatsburg of http://nl.wiki… of http://fr.wiki… afhankelijk van de geprefereerde taal. Ik hoop op een hoop interessante ervaringen en dat ik mijn kennis van het Frans en het Engels kan bij spijkeren.

Ik zal stage lopen bij Haldex Europe, een onderdeel van Haldex wat een Zweedse beursgenoteerde multinational is, gespecialiseerd in oplossingen voor de auto-industrie. Ik weet nog niet wat mijn functie precies zal inhouden maar dat zal morgen(4/1/2010) hopelijk duidelijk worden.

Het is mijn intentie om mijn dolle en minder dolle avonturen bij te houden op deze blog.

Feel free to comment, but keep it clean.

Yours truly,

Robin